| Tweede Wereldoorlog |
|
|
|
|
Van de Oorlogshandelingen is in Akkerwoude, Murmerwoude en Dantumawoude niet heel erg veel gemerkt. Op zaterdag 11 mei 1940 passeerde een Duits legervoertuig Murmerwoude in de richting van Dokkum. De bezetting was een feit. De NTM werkte vanaf 5 mei al met een gewijzigde tramdienstregeling, maar een maand later leek alles weer bij het oude, op de verplichte verduistering van de woningen na. Het duurde echter niet lang voordat er nieuwe voorschriften en regels werden opgesteld. Een persoonsbewijs voor de identificatie en distributies van levensmiddelen brandstoffen. VerzetMet het doorvoeren van die veranderingen in het dagelijks leven, maar vooral ook door maatregelen als de Arbeitseinsatz, groeide het verzet in gemeente Dantumadeel. In Dantumawoude, Murmerwoude en Akkerwoude ontstonden in de loop van 1941 de eerste illegale contacten en in 1943 werden de verzetsgroepen gevormd. In Murmerwoude was het de veldwachter Douwe Kliuwstra die al in het begin van de bezettingstijd regelmatig op pad was met illegale drukwerken. In uniform hield hij soms inzamelingen voor onderduikers. Verzetsgroepen In 1941 deed veldwachter P.A. Knijft uit Akkerwoude hetzelfde, terwijl in Akkerwoude ook het hoofd van de Openbare Lagere School Jacob Klok en de hoofdambtenaar van de gemeentesecretarie Douwe de Vries zich met het illegale werk begonnen te bemoeien. Naarmate de onderdrukking door de Duitstsers groeide werd duidelijker dat het verzet daartegen georganiseerd moest worden. Zo intstonden de groepen in elk dorp met hun eigen contactpersonen. Jacob Klok en Douwe de Vries vormden samen met Klaas Wijbenga uit De Falom de kern van de groepen in Dantumadeel. In Murmerwoude waren de cofntactpersonen van de verzetsgroep Dirk Douwes, Kees Huizenga en Keimpe van der Meer. In Dantumawoude werd de contactgroep gevormd door Hedman J. annema, Lolke Kramer en Pieter Spierenburg. In Akkerwoude bestond de groep uit Teade Elzenga, Romke Roels van der Veen en Biense Sjoerds van der Zwaag. Zij regelden de verspreiding van drukwerken die volgens de Duitse bezetters niet door de beugel konden en het onderdak brengen van talloze onderduikers die in de loop van de oorlog in Dantumadeel onderdak kregen.
Ook bij de gewone burgers, die niet veel met de illegaliteit te maken hadden, groeide het verzet. Dit bleek vooral tijdens de April/Meistaking van 1943. Aanleiding voor deze stakingen was de oproep voor oud-militairen om zich weer in krijgsgevangenschap te begeven. In Dantumadeel schijnt de staking op het gemeentehuis te zijn begonnen. Het sloeg later over naar de zuivelfabriek De Dokkumer Wâlden in Akkerwoude, waar op de laatste vrijdagmiddag van april aan de boeren werd meegedeeld dat men maar beter geen melk meer kon leveren. De maandag daarop lagen de melkleveranties vrijwel stil en wie toen zijn melk toch naar de zuivelfabriek stuurde zag het ook verloren gaan. Melkrijders werden langs de weg tot stoppen gedwongen en hun melkbussen werden in de sloot geleegd. Hoewel de staking maar een paar dagen duurde, was het een bewijs van de groeiende weerzin tegen de Duitse overheersing. Vanaf die tijd werd het dagelijks leven steeds moeilijker en stond het steeds meer in het teken van de bezetting. In 1943 bijvoorbeeld werden de klokken uit de torens van Dantumawoude, Akkerwoude en Murmerwoude gehaald. In Murmerwoude riep later een bel de kerkgangers op. In het laatste oorlogsjaar moesten sommige scholen hun lokalen soms sluiten in verband met het gebrek aan brandstof voor de verwarming. Ook de catechesaties en kerkdiensten werden door het gebrek aan brandstof gehinderd. De lessen van naaischool De Hoop in Akkerwoude stopten door de algemene schaarste, niet alleen van brandstoffen maar ook aan materiaal. Hetzelfde lot trof de muziekverenigingen. Vliegtuigen neergestort Schokkende bewijzen van de oorlog die aan de gang was vormden de verschillende vliegtuigen die tijdens de oorlog neerstortten. In 1942 stortte op 18 mei een bommenwerper van de Royal American Airforce (RAF) neer bij de Kleine Laan en de Vrijstad onder Akkerwoude op slechts enkele meters van een woning. Onder de inwoners van het dorp vielen ondanks dat de vliegtuigonderdelen wijd versprijd lagen, geen gewonden. Drie inzittenden van het toestel werden gedood. Zij liggen begraven op de algemene begraafplaats in Damwoude. Één bemanningslid overleefde de crash en werd door de Duitsers gevangen genomen. Op 1 mei 1943 stortte een tweede toestel van de RAF neer in de Borken bij Akkerwoude. Zes inzittenden kwamen hierbij om het leven en liggen bij de Hervormde kerk in Akkerwoude begraven. Één bemanningslid overleefde de ramp. Enkele dagen later stortte er bij Murmerwoude een RAF bommenwerper neer, waarbij vijf inzittenden om het leven kwamen. Drie anderen bereikten met hun parachute heelhuids de aarde. De vijf slachtoffers werden in Murmerwoude begraven. Razzia Op 18 februari 1944 werd in Akkerwoude een razzia gehouden. Vroeg in de morgen werden de lokalen van de scholen gevorderd, het dorp werd grondig uitgekamd en twintig mensen werden gearresteerd en voor het merendeel op transport gesteld naar Duitsland. Akkerwoudster Sybe Johannes Bruning werd de razzia noodlottig. De 63-jarige hardhorende veehouder fietste door de velden naar het dorp. Vermoedelijk hoorde hij het bevel om te stoppen van de Duitsters niet, waarop hij zonder pardon werd doodgeschoten. Van de gearresteerden overleefde de Joodse onderduiker Piet Cohen de oorlog niet. Hetzelfde trieste lot trof Heine A. Koonstra uit Akkerwoude, die in Halle bij Leipzig overleed. In Duitsland kwam ook Jan vander Bij uit Murmerwoude om het leven. Hij was op 20 mei 1944 in zijn woonplaats opgepakt. Eerder diezelfde maand was Jan Jeltes Hoekstra in Akkerwoude aangehouden, hij overleed in Duitse gevangenschap. Hendrik van der Galiën uit Akkerwoude sneuvelde voor een vuurpeloton. Hendrik deed tijdens de oorlog veel illegaal werk en werd daarvoor gearresteerd en hij is vervolgens in 1944 in Vucht gefusilleerd. Op 12 februari 1945 werd Akkerwoude opnieuw opgeschrikt door een razzia. Ditmaal was het binnendringen van een Gestapoagent in de verzetskringen in Akkerwoude een rechtstreekse aanleiding voor de huisinzoekingen. In Akkerwoude en Rinsumageest werden die dag 23 mensen aangehouden. Vuurgevecht De oorlog eiste ondanks dat deze al bijna was afgelopen, nog twee levens in Akkerwoude. Op zaterdag 14 april was Dantumadeel bevrijd, maar zondag de 15e openden twee vluchtende Duitsers in Akkerwoude aan de Achterweg het vuur op twee leden van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS). De 20-jarige Jan Kaper en de evenoude Harm Brouwer werden tijdens dit korte vuurgevecht gedood. Aan de Achterweg in Damwoude staat ter nagedachtenis aan hen een houten kruis. De gebeurtenis overschaduwde de eerste dag in vrijheid na 5 jaar onderdrukking. Slachtoffers uit Murmerwoude, Akkerwoude en Dantumawoude Jan Hoekstra, 22 jaar, woonde aan de Tramweg in Murmerwoude De 22-jarige Jan Hoekstra is op 3 augustus 1944 gearresteerd tijdens een vispartij met een viertal kennissen langs de Hoogfenne in Akkerwoude. Door de op die dag laaghangende mist hadden ze een naderende Duitse patrouille niet opgemerkt. Jan werd eerst overgebracht naar het toenmalige gemeentehuis aan de Kruisweg in Murmerwoude. Ter voorkoming van ontvluchting was in zijn broekspijp een steel langs een been gebonden. Hoekstra werd aangezien voor een zwarthandelaar in onder andere distributiebonnen. Via Leeuwarden op 11 augustus 1944 overgebracht naar het concentratiekamp in Amersfoort (gevangenennummer 4946). Op 8 september 1944 is hij naar het concentratiekamp Neuengamme in Duitsland getransporteerd. Daar is hij op 22 december van datzelfde jaar overleden aan ziekte en uitputting. Van Jan Hoekstra is geen aanwijsbaar graf. Lieuwe Wiersma, 26 jaar, woonde in Murmerwoude In het kader van de verplichte tewerkstelling in Duitsland was Lieuwe werkzaam in het Duitse Kassel. Hij keerde na verlof niet terug, omdat de zware bombardementen op die stad hem angstig hadden gemaakt. Lieuwe dook onder bij zijn zus Hinke Wiersma en haar man Wiltje Veenstra in Roodkerk. Eén keer waagde hij het erop in het weekend naar de ouderlijke woning in Murmerwoude te gaan. Zijn tweede keer werd hem noodlottig. Hij werd in de nacht van 19 op 20 augustus 1944 in Murmerwoude gearresteerd. Na eerst te zijn overgebracht naar het politiebureau in Dokkum werd Lieuwe via de gevangenis in Leeuwarden naar het concentratiekamp Amersfoort overgebracht en op 1 oktober 1944 met ruim 650 mannen van een razzia in Putten naar het Duitse concentratiekamp Neuengamme getransporteerd. Daarna overgebracht naar het concentratiekamp Husum. Overleden tengevolge van ziekte en uitputting. Hoewel Lieuwe bouwvakker was, bezat hij geen sterk gestel. Oorspronkelijk werd hij begraven op het Ostkirchhof Evangelische Lutherische Gemeinde te Husum op 29 oktober 1944. Op 10 mei 1955 herbegraven op de gemeentelijke algemene begraafplaats te Murmerwoude. Deze herbegrafenis was vooral gedaan in verband met de gemoedsrust van zijn vader. Zijn moeder was al overleden voordat hij naar Duitsland vertrok. Siebrandus Johannes Bruning, 63 jaar, woonde aan de Indijkslaan in Akkerwoude Bruning is op 18 februari 1944 doodgeschoten toen hij tijdens de razzia geen gehoor gaf aan sommatie te stoppen. Vermoedelijk is dit bevel niet tot hem doorgedrongen, omdat het niet van dichtbij werd gegeven. Een afgevuurde kogel trof hem links in de rug via de rechteronderarm door de longen. Siebrandus Johannes Bruning werd begraven op het rooms-katholieke kerkhof in Dokkum. Joeke Halbesma, 30 jaar, woonde in Akkeroude Joeke was destijds voor werkzaamheden naar Duitsland vertrokken. Hij was een tegenstander van het naziregime, maar werd gedwongen dienst te nemen bij de Waffen SS. Halbesma sneuvelde als SSMann op 29 oktober 1944 te Klabi in Estland. Van hem is geen aanwijsbaar graf. Ondanks zijn politieke betrouwbaarheid kon hij helaas niet worden opgenomen bij de reguliere oorlogsslachtoffers, gelet op het dragen van de SS-uniform. Zijn naam komt daarom voor onder de politiek onbetrouwbare personen. Dirk de Vries, 43 jaar, woonde in Akkerwoude De Vries was politiek onbetrouwbaar en is op vrijwillige basis naar Frankrijk vertrokken. Onder meer ten behoeve van werkzaamheden voor de Duitsers. Hij is op 23 augustus 1943 overleden en Begraven op het Cemetière Nord te Calais in Frankrijk. Eelke van der Wal, 27 jaar, woonde in Akkerwoude Eelke is op 30 juli 1940 gedood tijdens een bombardement op het vliegveld Leeuwarden waar hij werkzaam was. De Duitse bezetters hadden het burgervliegveld veranderd in een militaire basis. Jan van der Bij, 29 jaar, woonde in Murmerwoude In de vroege ochtend van 20 augustus 1944 is Van der Bij in zijn woning achter de voormalige openbare lagere school te Murmerwoude gearresteerd. Hij werd overgebracht naar de marechausseekazerne in Dokkum. Op 28 augustus 1944 werd hij vervoerd naar het concentratiekamp Amersfoort en op 8 september 1944 overgebracht naar het concentratiekamp Neuengamme in Duitsland. Van der Bij arriveerde op 22 maart 1945 in het concentratiekamp Buchenwald met gevangenennummer 136819. Hij is op 23 april 1945 overleden tijdens een gevangenentransport op weg naar Flossenburg tengevolge van algehele uitputting. Van Jan van der Bij is geen aanwijsbaar graf. Albert Drenth, 63 jaar, woonde in Dantumawoude Drenth is op 1 februari 1943 door de bezetters in Dantumawoude verdronken tengevolge van de verduisteringsvoorschriften. Hij werd begraven op de gemeentelijke begraafplaats te Dokkum.
|





