|
De Frijstêd loop in het Zuidwesten van Damwâld en was in vroegere tijden een oude onverharde reed. De Vrijstadjers waren volgens de verhalen een vechtlustig volkje en stonden snel met messen klaar. De meeste bewoners van de Vrijstad leefden een armoedig bestaan en waren mollenvanger, bunzingjager of eierzoeker van beroep. Plaggen De grond rondom de huidige Vrijstad was vroeger niet veel waard en de kwaliteit was te slecht om er gewassen op te kweken. De eigenaren van het land woonden meestal op afstand van het gebied en hadden geen omkijken naar de heidegrond waar ze toch geen profijt van hadden. Zo gebeurde het regelmatig dat mensen die geen geld hadden om een woning te kopen zo'n lap grond innamen en er een planken of plaggenhut op zetten. Wanneer de hutten klaar waren werden de struiken om het huis opgeruimd en werden er tuintjes aangegd. De plaggen en zoden hoefden niet van ver te komen want de Broekpollen en Broeksterwoude bestond eveneens uit heidegrond. Vrije stad De plaggenhuisjes zijn de basis geweest van het ontstaan van de Vrijstad. Toen er later belasting van de gebouwde pande betaald moest worden werd deze meestal door de personen betaald die de grond in hun bezit hadden genomen. Hierdoor hadden de bewoners dus ook enigzins recht op de grond. Bij een proces dat later om het bezit van de grond is gevoerd werd de belastingbetalers in het gelijk gesteld. Op deze wijze bestond de buurt uit een achttal woningen waar omheen op wettige wijze de latere huizengroep gebouwd werd. Door de hele affaire werd de huizengroep de Vrijstad genoemd.
|